Posts tonen met het label oogsten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oogsten. Alle posts tonen

zaterdag 25 januari 2014

Vendemmia bij Monteolivo


Zoals ik vorige week beloofd had heb ik vandaag mijn druiven geplukt. Ik ben een beetje bijgelovig in het plannen van dit soort activiteiten. Een jaar had ik gepland om op zondag te gaan plukken. De zaterdag ervoor kwam er een invasie vogels met hetzelfde plan en lieten geen druif over. Ik weet nu hoe Hitchcock aan zijn trauma is gekomen.

Vandaag had ik trouwens geen zorgen over vogels, aangezien Pio had besloten dat er geen vendemmia zou komen zonder hem. Hij verstopte zich tussen de bladeren en voerde van tijd tot tijd aanvallen op mijn handen uit. Tot hij de schaar raakte en zich pijn deed. Toen ging hij eindelijk weg.

Ik heb er meer dan een uur over gedaan en dat terwijl ik maar twee ranken heb. Ze hebben het hele goed gedaan want ik heb bijna 10 kilo druiven. Ze zijn licht zoet en niet erg groot, dus ik ga er maar sap en gelei van maken.

Het lijkt me geweldig om mijn eigen wijn te maken, maar er zijn twee problemen. Ten eerste weet ik niet of 10 kilo wel genoeg is ten tweede heb ik geen idee hoe het moet. Maar ik vertrek toch snel naar Umbria, en heb daar genoeg vrienden die er alles van weten. Volgend jaar misschien.

Ik ben jullie het geleirecept nog schuldig. Ik gebruik ook altijd een appel, omdat daar meer pectine in zit en de gelei dan wat steviger wordt.
500 ml. druivensap
1 appel, in stukjes gesneden en ongeveer 15 minuten gekookt in een beetje water
geleisuiker
2 schone potten van 250 ml.

Steriliseer de potten door ze 15 minuten in een oven van 200°C te zetten. Zet ze daarna omgekeerd op een hele schone theedoek.
Doe de gekookte appelstukjes en het druivensap in een pan en doe de geleisuiker erbij – op het pak staat hoeveel. Breng aan de kook en laat een minuut doorkoken. Verdeel de appelstukjes over de potten en vul aan met de gelei. Sluit de potten zorgvuldig en zet ze 5 minuten op hun kop.

Iets anders leuks wat je met je druivenplant kunt doen, als je m toch moet snoeien, is de bladeren vullen met geitenkaas. Het beste is om dat in de lente te doen als de bladeren jong zijn, maar je kunt niet alles hebben.
Het is een lekker bijgerecht of gewoon als voorgerechtje.
Nodig:
100 gram chevre of andere zachte geitenkaas
1 tomaat in hele kleine stukjes
1 teentje knoflook
(of, zoals altijd een simpele versie: koop een kant en klaar kruidenkaasje)
Verwarm de oven voor op 180°C. Neem de grootste bladeren die je kunt vinden. Leg ze in een zeef en giet er kokend water over.
Spreid ze daarna uit op het aanrecht.
Meng de chevre met de tomaat en de uitgeperste knoflook. Schep een volle lepel op de druivenbladeren, rol ze op en steek ze vast met een cocktailprikker.
Leg ze in een licht geolied ovenschaaltje en zet ze 5 – 10 minuten in de oven, tot de kaas begint te smelten.



Orto mio - mijn moestuin

Het is natuurlijk de goden verzoeken om over mijn moes- en kruidentuin te beginnen. In Italië loopt ik drie keer per dag heen en weer met gieters - ´s morgens heel vroeg als iedereen nog slaapt, om twee uur ´s middags als iedereen binnen siësta houdt en ´s avonds onder dekking van de duisternis, want ik wil niet dat iemand ziet dat ik huiswater verspil in de schaarste daar.

Water krijgt mijn Nederlandse tuin zat. Godzijdank woon ik op zandgrond anders had ik een rijstveld kunnen beginnen. Hier is het gebrek aan zon en warmte wat mn tuin - en mijn humeur - verpest. Ik zou natuurlijk spruiten en radijs kunnen kweken, dat kan er tegen, maar de groenten die ik graag lust doen het nauwelijks hier. Aubergine (eigenlijk lust ik dat niet zo graag), tomaten, paprika´s en pepers moeten de kas in. Zo ook basilicum en over mijn verloren gegane rozemarijn en salie heb ik al eerder getreurd (ik heb trouwens twee nieuwe). Mijn tijm ziet er ook niet echt lekker uit, dus als ik het moet hebben van die twee  hele dagen dat het hier mooi weer was, zal de plaatselijke groentenman de crisis wel gaan overleven.

Laat ik maar beter vertellen wat het wel doet: tuinbonen, peulen, rode en gele uien, lollo rosso en lollo verde, spinazie - dat is net onkruid - wortels en andijvie. En de fruitbomen, drie appelbomen, een stoofpeer, een handpeer, aardbeien, kersen, druiven, frambozen, pruimen en een zootje bessen die ik niet lust. Mijn perzik doet het nu al tien jaar niet goed. De kruidenbakken heb ik allemaal opnieuw volgeplant en die lijken nog wel in orde. Nou nog zon.


Oogsttijd, olijven plukken.



Net als vorig jaar heb ik een paar dagen doorgebracht met het plukken van olijven. Met iedere olijf die ik uit de boom haal groeit er een beetje geluk in mijn hart. Ik kan volkomen begrijpen waarom sommige Umbriers nergens anders over kunnen praten. Als ik hiermee mijn brood kon verdienen zou ik geen seconde aarzelen.

Dit jaar had ik het geluk om uitgenodigd te worden bij vrienden om daar te komen plukken en ik weet het nu helemaal zeker: van iets goeds kan je nooit teveel hebben. Een groot voordeel was dat hun terrein min of meer vlak was, zodat je twee handen kon gebruiken in plaats van er één nodig te hebben om je aan een boom vast te klampen.



Een tweede goede zaak was de hoogte van hun bomen. Ze waren het jaar daarvoor gesnoeid, wat natuurlijk minder oogst betekende, maar wel gezonde bomen. De vader van mijn vriendin vertelde dat de Umbriers zeggen dat een duif vrijuit door een goede boom moet kunnen vliegen.  


Hij leerde me ook hoe je biologisch olijven kweekt. Natuurlijk hebben ook olijfbomen soms last van een schimmel die de stam aantast. Hij heeft me geleerd hoe ze te verwijderen en de wond af te dekken. Hij vertelde me dat hij bij de pers zelfs de voorgaande boer vraagt of die bestrijdingsmiddelen tegen vliegen heeft gebruikt. Zo ja, dan moet alle apparatuur eerst schoongemaakt worden voor hij zijn olijven laat persen.




Na drie jaar ervaring kan ik de verschillende typen bomen onderscheiden. Ik weet inmiddels hoeveel makkelijker het is om de dikke zwarte olijven te plukken die in trosjes groeien, maar ik weet nu ook dat die meestal meer water bevatten. De beste olijven zijn dus de kleinere, die solitair aan de takjes hangen.


Ik heb geleerd hoe ik het net moet neerleggen om de olijven in op te vangen en hoe je het aan het eind omhoog moet zetten om te voorkomen dat de olijven de heuvel afrollen. Onzes `eigen` olijfgaard ligt op een steile heuvel, waardoor elke boom de zon kan vangen, maar die het erg moeilijk maakt om erop te werken.

Het maakt het erg lastig om bij de hogere takken te komen, op een glad net staand met overal doornsruiken om je heen en een toevallige slang die langskomt. Om in een boom te klimmen, niet te vallen en vooral niet naar beneden te kijken....(ieks), om je uit te rekken voor een paar olijven die vast het verschil zullen maken, is een roeping, geen werk.


En als je al die ongemakken overleefd hebt....staat de volgende boom te wachten. Toch, iedere keer als ik het eerste takje van een nieuwe boom pak en de olijven onder in het net zie liggen is puur geluk.  








Laat staan wanneer je eindelijk een afspraak bij de molen kan maken. Het is ontzettend opwindend om het gewicht op de weegschaal te zien, om je olijven te bewaken als ze geperst worden. 















Stel je voor om het eerste straaltje olie te zien verschijnen en om het aantal blikken te tellen. En het is een verdrietig moment als je de laatste druppels uit de kraan ziet komen.














De eerste lepel nieuwe olie is een belevenis. De scherpe smaak, waarvan je keel even dichtslaat.. ineens weet je waarom je al die moeite hebt gedaan, waarom je rug pijn doet, waarom je handen vies zijn en vol doorns zitten..omdat het het waard was! Ik kan niet wachten tot de volgende oogst.





September - afscheid of nieuwe kansen?


Ik word altijd een beetje triest in deze tijd van het jaar. Niet zoals in de winter, want niemand heeft een excuus nodig om te ontsnappen aan sneeuw en kou. Ook niet zoals in de volle herfst, want daar ben ik gek op, met alle mooie kleuren, de olijvenoogst en lekkere paddenstoelen- en wildgerechten.
Natuurlijk niet zoals in de lente, als iedereen grote verwachtingen heeft van de dingen die eraan komen. En niets, maar dan ook niets, kan voor mij de vergelijking met een lange, hete zomer doorstaan, zelfs als het betekent dat ik twee keer per dag de moestuin moet sproeien.

Misschien is dat wel de reden. September betekent afscheid nemen van de zomer. Het betekent dat het nog donker is als ik wakker word. Het betekent koude ochtenden, maar als je een sweater aantrekt loopt t zweet binnen een uur van je rug. Het betekent dat mijn bloemen en kruiden langzaam verdwijnen en dat de kas bijna leeg is.

Toch heb ik het enorm druk. September betekent namelijk ook druiven plukken. Ik loop door het gebrek aan zon een paar weken achter op de Italianen, maar langzamerhand hebben ze toch die rijke blauwe kleur gekregen. Het is een genoegen om in de middag onder mijn druivenafdak te zitten en plannen te maken.
Ik gebruik de druiven voor sap en gelei. Druivengelei smaakt heerlijk bij kaas en een glas rode wijn.

Ik ben weg van de manier waarop mijn hop bloeit. Ik gebruik ze om leuke hoekjes in huis en tuin mee te versieren. Dit, omdat ik er te weinig heb om zelf bier te brouwen, maar het is een idee.

Verder zijn er een hoop appels te plukken. Ik gebruik ze voor cakes, strudels en taarten. Degenen die er niet gaaf uitzien kunnen voor compote gebruikt worden, of in de sapcentrifuge geperst om er sap en appel-honinggelei van te maken. Ik heb vorig jaar twee potjes gemaakt en gebruik die als glazuur voor een taart of cake. Net dat beetje extra voor een doodgewone appeltaart.
De appels die er echt afschuwelijk uitzien snij ik in plakjes, droog ze en gebruik ze als kerstversiering.

Maar gelukkig is het nog lang geen Kerst. Ik moet nog vertellen over mijn perenbomen. Ik heb er twee, een hand- en een stoofpeer. De handperen verwerk ik in taarten, als bijgerecht bij een wildgerecht of in een herfstsalade van eikenbladsla, kaas, peer en een dressing van olijfolie en balsamico azijn. Werkelijk zalig.
De stoofperen maak ik in voor de winter in een siroop van suiker en kaneel. Of ik maak er compote van, of, opnieuw, pers ze uit in de sapcentrifuge voor sap en gelei. Perengelei is ook lekker met kaas, bij wild of in een crostata (jamtaart).

En last but not least: zo´n beetje het beste wat eraan zit te komen zijn de paddenstoelen. Het is super om in de Umbrische heuvels porcini en andere paddenstoelen te verzamelen – doe dat echt nooit alleen! Behalve het risico dat je in een ravijn dondert, is er ook het gevaar om een verkeerde paddenstoel te plukken. Elke onschuldige paddenstoel heeft een giftig equivalent dat er sprekend op lijkt. Ga dus alleen met een begeleide tocht mee.
Mocht je het toch overleven, dan weet ik geen enkel ingredient waarmee je zo kunt varieren en met zo´n verschillende smaak.

Ik geef in latere blogs recepten van alles wat ik heb genoemd.

Zo teruglezend besef ik dat er eigenlijk maar één ding is waaraan ik nooit zal wennen, en dat ik ook nooit leuk zal gaan vinden: